Je nieuwste insider is geen mens: Copilot, AI-agents en het verlies van controle over data

sep 8, 2026 | Kennis

Het klassieke beeld van de insider is de ontevreden medewerker die op zijn laatste werkdag de klantenlijst meeneemt. Dat komt voor, maar het is een klein deel van de incidenten. Het grootste deel is onbedoeld: iemand stuurt een bestand naar het verkeerde adres, iemand deelt een map te breed, iemand plakt een klantdossier in een chatbot om er een samenvatting van te krijgen. En sinds kort is er een categorie bij die geen mens is: AI-assistenten en agents die met echte rechten in je omgeving werken, op machinesnelheid, en soms dingen doen die niemand zo bedoeld heeft.

Waarom Copilot geen lek is, maar een spiegel

Wie Microsoft 365 Copilot uitrolt, hoort meestal binnen twee weken een variant van dezelfde klacht: "Copilot laat dingen zien die ik niet hoor te zien." Dat klopt, en het is geen fout van Copilot. Copilot laat zien wat de gebruiker altijd al kon zien; de rechten bestonden al. Het verschil is dat niemand ooit die ene SharePoint-map uit 2019 opende met het salarisoverzicht erin, en dat een assistent die alles doorzoekbaar maakt dat wel doet. Te ruime rechten waren altijd al een risico; AI maakt dat risico zichtbaar en direct.

Hetzelfde geldt voor de menselijke kant. Medewerkers zijn nieuwsgierig naar AI, willen sneller werken, en hebben zelden een scherp beeld van wat er met een geüpload document gebeurt. Zonder duidelijke afspraken en zonder goedgekeurde tooling vloeit gevoelige informatie naar diensten waar je geen zicht op hebt. Verbieden werkt niet; mensen gebruiken het dan gewoon op hun telefoon.

De agent als insider

Een stap verder zijn AI-agents: systemen die niet alleen antwoorden, maar handelen. Ze lezen mailboxen, verplaatsen bestanden, vullen systemen, sturen berichten. Om dat te kunnen, krijgen ze rechten, en in de praktijk vaak te veel: het account van de beheerder die ze installeerde, een sleutel met toegang tot alles, "voor het gemak". Vanaf dat moment heb je een insider met de reikwijdte van een superuser en het beoordelingsvermogen van een script.

Dat gaat op twee manieren mis. Zonder kwade opzet: een agent die een taak letterlijk neemt en daarbij data verplaatst, deelt of verwijdert op een schaal die geen mens zou halen. Een medewerker maakt één fout; een agent maakt er duizend in tien minuten. En met kwade opzet van buiten: een aanvaller die de agent instructies toespeelt via een mail, een document of een webpagina, en de agent zo laat doen wat hij zelf niet mag. De agent heeft de rechten, de aanvaller de wil.

Wat je regelt voordat je uitrolt

De verleiding is groot om eerst uit te rollen en later te kijken. Doe het andersom. De volgende zaken zijn geen extra's; ze zijn de voorwaarde.

  • Rechten opruimen vóór Copilot. Vind de te breed gedeelde locaties, zet gevoelige sites tijdelijk buiten bereik en werk ze weg. Wie dit overslaat, rolt geen assistent uit maar een zoekmachine over al zijn oude fouten.
  • Labelen en beschermen. Gevoelige data krijgt een label, en dat label bepaalt wat een assistent ermee mag. Dit is het moment om classificatie eindelijk in te voeren; er is nu een concrete reden.
  • Behandel een agent als een medewerker én als een applicatie. Als applicatie: een eigen identiteit, minimale rechten voor de taak, geen gedeelde beheerdersaccounts, sleutels met een levensduur, logging van elke actie. Als medewerker: een eigenaar, een doel, gedragsregels, en een "exitgesprek" als hij niet meer nodig is.
  • Machine-identiteiten in beeld. Serviceaccounts, app-registraties, tokens en agents horen in dezelfde inventaris en dezelfde beoordelingscyclus als mensen. In veel organisaties zijn er inmiddels meer machine-identiteiten dan mensen, en niemand weet precies welke wat mag.
  • Gedrag van agents in de monitoring. Een agent die ineens tienduizend bestanden leest of een mailbox leegtrekt, is een signaal, net als bij een mens. Zorg dat het SOC die identiteiten kent en er regels voor heeft.
  • Duidelijke afspraken en goedgekeurde tooling voor mensen. Zeg wat wél mag, bied een veilige assistent aan en leg uit waarom het klantdossier niet in een publieke chatbot hoort. Dat werkt beter dan een verbod.

Het is een identiteitsvraagstuk

Wat de menselijke en de kunstmatige insider gemeen hebben, is dat het risico niet in het gereedschap zit, maar in de toegang. Wie weet wie en wat waarbij kan, waarom, en of dat nog klopt, heeft het grootste deel van het probleem onder controle, of de handelende partij nu een collega, een leverancier of een agent is. Dat is dezelfde vraag waarmee we elke omgeving beginnen. Voor een concreet beeld van hoe jouw rechten, labels en machine-identiteiten ervoor staan, is de Digital Defense Review de eerste stap; voor het inrichten en bijhouden ervan werken we met Managed Compliance.

Weet je waar je staat?

Een Digital Defense Review geeft in een paar weken een eerlijk beeld van je Microsoft-omgeving en een lijst met prioriteiten. Geen verkooppraatje, wel een rapport waar je wat aan hebt.

Of bel +31 (0)85 303 46 43